Const gaet voor cracht,
Lijc d’ouders ons scholieren,
Steld u nu op, die ryden noyt began.
Toogt vroom dijn vacht,
Ende opent tsLeeus bannieren,
Let op tvirtuyt, ons welvaert hangter an.
Elck edel man,
Int vechten valt zeer coene,
Int groene, recht dijn tenten gent:
Maect u bekent, int Vrancs convent,
Daer is profijt te doene.
Kunde vermag meer dan kracht,
zoals de oudere schrijvers ons leren.
Maakt u nu gereed, die ooit ten strijde trok.
Toon moedig uw strijdlust
en ontrol de banieren van de Leeuw.
Wees dapper; ons welzijn hangt ervan af.
Iedere edelman,
wees onverschrokken in de strijd
en richt in het veld uw schone tenten op.
Toon uw ware aard aan het Franse leger.
Daar is profijt te behalen.
Marchierd gheras,
Verbeidt noch tijt noch huere:
God gheeft u weder puer naer weynschen kies.
Tis nu rechts pas,
De vruchten zijn in schuere,
Gheen Landman crijght by u als nu verlies:
Gods vriend Andries
Staet u wel te bevroene,
Te spoene, pooght, hoept goeden hent.
Maeckt u bekent, int Vrancs convent,
Daer is profijt te doene.
Marcheer snel op,
verspil geen tijd, geen uur.
God geeft u wederom de kans te kiezen wat u maar wilt.
Nu is het juiste ogenblik:
de oogst is opgeslagen
en nooit zullen de boeren door u zoveel verlies lijden als juist nu.
Gods vriend Andreas
geeft u goede raad:
span u in om haast te maken en vertrouw op een goede uitslag.
Toon uw ware aard aan het Franse leger.
Daar is profijt te behalen.
Spijt ende orgueil
Laet op de Lely commen,
Den Inghels man steket al omme in tvier
Boven Monstrueil,
Voort al dees zye der Sommen,
Mids Terowaen t’roofhuys voor ons onghier,
Blijft int dangier,
Als nu zijnd’ in seysoene
Te goene, dy, ketst ende rent.
Maeckt u bekent, int Vrancs convent,
Daer is profijt te doene.
Laat smaad en overmoed
over de Franse Lelie komen.
De Engelsen steken alles in brand
boven Montreuil,
en verder alles aan deze zijde van de Somme,
waarbij Terwaan, de voor ons zo akelige roofburcht,
in gevaar blijft verkeren.
Nu het geschikte moment daar is,
jaagt en rent om u te verrijken.
Toon uw ware aard aan het Franse leger.
Daar is profijt te behalen.
Sluert niet hier op
Die zijt van sKeysers soorte,
Trect altijt voort als vindy wederstoot,
Biedt fray den crop
Tot Parijs voor die poorte,
Met eeren blijfdy voor den Keyser doot:
Vreest gheenen noot,
Maer wacht veur Ghuweloene:
Voor noene, is tfaict meest excellent.
Maeckt u bekent, int Vrancs convent,
Daer is profijt te doene.
Talm niet meer,
gij die aan de kant van de keizer staat,
ruk steeds verder op, ook al ondervindt u weerstand.
Toon u onverschrokken
tot aan de poorten van Parijs.
Het is eervol voor de keizer te sterven.
Wees niet bevreesd,
maar pas op voor verraders.
Strijd geleverd nog vóór het middag is het allerbeste.
Toon uw ware aard aan het Franse leger.
Daar is profijt te behalen.
D’hooghste van al
Als Prince boven princen,
Diet al regiert, en weet al goet en quaet,
Kent elcs gheval
In steden en provincen:
Dies zal hy u, mits goet recht, gheven raet,
Sonder verlaet
Is goet recht wel te doene:
Te bemoene, pijnt zulck accident.
Maeckt u bekent, int Vrancs convent,
Daer is conquest te doene.
De hoogste van allen,
de Prins boven de prinsen,
die alles bestuurt en al het goede en kwade kent,
weet van ieders lot
in steden en landen.
Daarom zal hij u, als u rechtvaardig handelt, raad geven.
Zonder uitstel
is de goede zaak zeker te bewerkstelligen.
Span u in zo’n gelukkige uitkomst voor ogen te houden.
Toon uw ware aard aan het Franse leger.
Daar is buit te behalen.
Spelling volgens Manilius 1574. Interpunctie volgens Van Waesberghe 1616, maar in de versregels 1/3, 3/6, 3/10 en 4/3 Manilius 1574 gevolgd. Bij Van Waesberghe 1616 ontbreekt het woord “zye” in 3/5, staat er “jent” in plaats van “gent” in 1/9 en “recht” in plaats van “rechts” in 2/4.
Vertaling: Nico van der Meel, Frank Willaert (Universiteit Antwerpen), Dieuwke van der Poel (Universiteit Utrecht).
Tekst:
2A (4): __ ‿ ‿ __
.3b (7): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
5C (10): __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __
2A (4): __ ‿ ‿ __
.3b (7): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
5C (10): __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __
.2C (4): ‿ __ ‿ __
.3d (7): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
.1d/3E (8): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ , 1×: .1d/3E (9): ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ,
1×: .1d/3E (9): ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ __
.2E/.2E (8): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __
.3d (7): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
5 strofen van 11 versregels, waarvan 2 stockregels. In de stockregel van de laatste strofe is het woord “profijt” vervangen door “conquest”.
Halfregels in versregel 1, 4 en 7 zelfstandig gebruikt, in 9 en 10 gecombineerd tot hele regels.
Zeer regelmatige vorm. maar versregels 4/9 en 5/9 wijken af door een extra onbeklemtoonde lettergreep; probleemloos in de melodie. Het lijkt onlogisch “noene int” in 4/9 samen te trekken tot twee lettergrepen vanwege het binnenrijm.
Unieke liedvorm volgens de Nederlandse Liederenbank.
Iansen: rijmschema 178 abcabc/cdeed refrein van 9½ (een verweesde helfregel), 4 strofen + prince. Zij betitelt de vorm als “volkomen onorthodox”. Zij merkt verder op dat in de uitgave van Korneel Goossens de halfregels 1/7 en 1/8 samengetrokken zijn tot één regel.
Dit rijmschema komt niet voor in de voorbeeldgedichten uit de Const van Rhetorijcken.
Annotaties bij Van de Graft, Van Duyse en Goossens.
Claeys maakt geen gewag van dwarsverbanden met voorbeeldgedichten uit de Const van Rhetorijcken.
Melodie:
Ionisch, sleutel C1, ₵
A1 (3 versregels) A2 (3) B (3), Refrein (2)
- A1/2: g’→c’, ambitus c’-c”, lengte 16
- B: g’→d”, ambitus d’-d”, lengte 15
- R: g’→c’, ambitus c’-c”, lengte 13
Barvorm.
De plaatsing en de lengte van de rusten doen onlogisch aan. Ze maken de structuur van de melodie onduidelijk en breken haar samenhang. Hierboven geef ik een alternatief met aangepaste rusten.
Vanwege de tekstplaatsing van strofen 4 en 5 heb ik de halve noot c” in maat 21 facultatief gesplitst in twee kwart noten en de hele noot b’ in maat 22 in twee halven. De tekstplaatsing van de laatste twee refreinwoorden “te doene” is in Manilius 1574 onduidelijk; ik heb daarom Van Waesberghe 1616 gevolgd, hoewel ik me ook kan voorstellen deze woorden een halve maat later te zingen.
Moderne uitgaven:
- Paul Fredericq: Onze historische volksliederen van vóór de godsdienstige beroerten de 16de eeuw, 1894, nr. 53, blz. 61.
Fredericq geeft de eerste strofe en een deel van de vierde strofe. De melodie in moderne notatie is van de hand van Florimond van Duyse. - Cornelia Catharina van de Graft: Middelnederlandsche historieliederen, 1904, nr. 23 Krijgslied tegen Frankrijk, blz. 141.
Spelling volgens Manilius 1574. Zonder muzieknoten, maar met annotaties en een historische toelichting. - Florimond van Duyse: Het oude Nederlandsche lied, tweede deel, 1905, nr. 418, blz. 1560.
Met annotaties, afwijkend van die van Van de Graft. Spelling vrijwel helemaal zoals in Manilius 1574. Aan het begin van de versregel staat er slechts een hoofdletter als er ook een nieuwe zin begint. Melodie en tekstplaatsing zoals bij Van Waesberghe 1616, maar met een logisch aandoende verandering van lengte en plaats van de rusten. - Korneel Goossens: Matthijs de Castelein: Diversche Liedekens. Met inleiding, woord- en tekstverklaringen, Uitgeverij Steenlandt, Brussel, 1943.
Spelling vrijwel helemaal volgens Manilius 1574. “Inghels man” is hier als één woord geschreven. Zonder muzieknoten, maar met annotaties.
Historische Context:
De krijgstocht van keizer Karel V en Hendrik VIII van Engeland tegen koning Frans I van Frankrijk in 1522. Vlamingen worden opgeroepen zich aan te sluiten bij de troepen uit De Nederlanden. Cornelia Catharina van de Graft schrijft hierover:
In 1521 kwam het tusschen Karel V en Frans I tot openlijke vijandelijkheden. Toen Karel in Mei 1522 naar Spanje vertrok, nam hij zijn reis over Engeland, waar Hendrik VIII hem wachtte. De vorsten bekrachtigden het verdrag van Calais van November 1521, waarbij bepaald was, dat zij ieder met dertig duizend voetknechten en tien duizend ruiters in Frankrijk zouden vallen; Karel wilde zijn voorvaderlijke bezitting Bourgondië hernemen en Hendrik evenzoo Normandië en Guyenne. Den 4den Juli scheepte Karel zich weer in en daarna verklaarde ook Hendrik VIII aan Frankrijk den oorlog. Het kommando over de Engelsche troepen werd opgedragen aan Surrey, die om een bewijs van ijver te geven reeds vooraf een strooptocht in Normandië en
Bretagne gehouden had, en zich nu met het Oostenrijksche leger onder Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buren vereenigde. Dat van Frans was veel kleiner, maar gedurende de lange oorlogen tusschen Frankrijk en Engeland hadden de Franschen de goede taktiek ontdekt om hun land te verdedigen. Deze bestond voornamelijk hierin, dat zij tot bescherming der grenzen in alle daartoe geschikte steden garnizoenen legden, nauwkeurig acht gaven op elke beweging van den vijand en voorts kleine aanvallen deden om kem af te matten. De Hertog van Vendôme, die bevelhebber was in Picardië en La Trémoïlle, de gouverneur van Bourgondië, moesten de vijanden uit deze streken weren. Daar zij hiertoe niet sterk genoeg waren, bepaalden zij zich tot het bezetten van Boulogne, Thérouanne, Hesdin en Montreuil, opdat deze plaatsen niet in de handen van Surrey en Van Buren zouden vallen. Dezen plunderden en verwoestten nu het platte land en de steden en zetten dit vernielingswerk voort tot eind September, toen overvloedige regens en gebrek aan levensmiddelen de aanvoerders tot terugkeer naar hun landen noopten. De verbondenen besloten met een grooten inval in Frankrijk tot het volgend jaar te wachten.
Het lied wordt den Nederlandschen troepen in den mond gelegd, die waarschijnlijk nog tot versterking aanrukken, daar de oorlog al in vollen gang is: er wordt melding gemaakt, dat de Engelschen bij Montreuil en langs de Somme alles in brand steken. Daar de tweede strofe meedeelt, dat de vruchten reeds in de schuur geborgen zijn, moet het minstens Augustus geweest zijn.
Met “Gods vriend Andries” wordt Sint Andreas bedoeld, de beschermheilige van Bourgondië en patroon van de Orde van het Gulden Vlies.