Liederen

Algemene opmerkingen:
Alle liedteksten zijn met annotaties verschenen in Matthijs de Castelein: Diversche Liedekens. Met inleiding, woord- en tekstverklaringen door Korneel Goossens, Uitgeverij Steenlandt, Brussel, 1943.
Indien dit boekje de enige moderne uitgave van een lied is, is het niet apart vermeld op de desbetreffende liedpagina.

Voor de spelling heb ik in principe die van Manilius 1574 aangehouden, maar ten behoeve van de leesbaarheid wel licht gemoderniseerd. Woorden met afkortingen heb ik aangevuld. Als klinker bedoelde j’s vervangen door i’s, als medeklinker bedoelde i’s vervangen door j’s, als klinker bedoelde v’s vervangen door u’s, als medeklinker bedoelde u’s vervangen door v’s, als klinker bedoelde w’s vervangen door uu’s.
Voor de precieze oorspronkelijke spelling in Manilius 1574 en Van Waesberghe 1616 zie het bestand met een nauwkeurige vergelijking van de bronnen.

Samentrekking van woorden:
Stomme e’s aan het einde van een woord worden samengetrokken met het volgende woord als dat met een klinker of met een h begint. Vaak zijn deze e’s ook al vervangen door een apostrof.
Vindplaatsen: 2/3/2, 3/4/3, 4/4/6, 5/2/5, 5/3/2, 5/5/1, 6/1/5, 6/3/1, 6/3/3, 7/2/11, 8/2/10, 8/4/6, 9/3/3, 10/2/5, 10/2/9, 11/1/3, 11/1/16, 11/3/5, 12/2/2, 12/2/2, 12/4/4, 12/6/1, 13/3/9, 16/x/9, 16/3/8, 17/1/2, 17/1/8, 17/4/7, 18/1/9, 18/x/11, 18/3/2, 18/3/9, 19/1/5, 19/2/1, 19/2/4, 20/5/2, 22/1/5, 22/2/1, 22/2/3, 22/2/4, 22/3/1, 22/3/2, 22/3/5, 22/3/7, 22/5/1, 22/6/1, 22/6/2, 23/5/7, 25/2/2, 25/2/9, 25/3/3, 25/3/7, 25/3/8, 26/1/11, 26/1/12, 26/x/14, 26/3/12, 27/2/10, 27/5/3, 28/3/1, 28/3/3, 28/3/10, 28/5/12, 30/1/5, 31/2/6, 31/3/6, 31/3/10, 31/4/1,
Uitzonderingen: 4/3/2 “ende u”, 8/2/1 “droefste ure”, ,13/3/2 “ick vloucke u”, 30/4/1 “wat hadde u” (in deze gevallen zou samentrekking betekenen dat twee betoonde lettergrepen direct na elkaar zouden komen, of tenminste dat er een lettergreep te kort zou zijn voor de vorm) en 11/1/3&14 “blye, ende”, 6/4/6 “noene, is” (hier zou het rijm verloren gaan).
Soms vervalt een stomme e zelfs als het volgende woord met een medeklinker begint. Vindplaatsen: 17/1/2, 18/x/11,

Het woord “ic(k)” wordt samengetrokken tot één lettergreep met het met het voorafgaande woord als dat op een klinker eindigt. Als dat woord een werkwoordsvorm is, is de combinatie soms ook aan elkaar geschreven. (Ook als de werkwoordsvorm niet op een klinker eindigt gebeurt dit regelmatig.) Naast combinaties met werkwoordsvormen komen “die ick”, “hoe ic”, “Ja ick” voor.
Vindplaatsen: 1/1/3, 1/3/9, 3/3/6, 9/2/3, 9/4/6, 12/5/2, 12/5/6, 20/1/4, 22/4/1, 23/4/3, 29/3/1.
Uitzonderingen: 5/5/3 “Waert soo, ick had geluck”, 23/4/4 “die icks doe ontdeck”, apart uitgesproken vanwege de versvoeten.
Soms wordt “ic(k)” ook samengetrokken met een woorden die op een medeklinker eindigen.
Vindplaatsen: 3/x/7 “dat ick”, 3/3/5 “zoud’ ick”, 3/4/5 “waric”, 4/4/6 “zinghe ick”.

De combinatie “ick en” waarin “en” een negatie aanduidt, is gecombineerd tot één lettergreep. In het Middelnederlands wordt dit vaak samengetrokken tot “in”. Maar de spelling “k’en” komt vijf maal voor en lijkt dus een logischer uitspraak voor de combinatie.
Vindplaatsen: 1/2/9, 1/3/4, 1/4/7, 9/2/2, 12/4/9, 12/6/1, 22/6/3, 23/4/14, 23/5/7, 26/2/8.
Uitzondering: 26/1/12 “Ick en verheughe an gheene cant”, 28/4/3 “Ick en sal u niet laten”.

Ook woorden die op een klinker eindigen kunnen samengetrokken worden met de negatie “en”.
Vindplaatsen: 4/3/6, 26/3/10, in beide gevallen “ghy en”. Ook de stockregel 4/x/7 zou zo opgevat kunnen worden.

Dankzij deze samentrekkingen kan gerust worden aangenomen dat “en” als negatie altijd met een schwa uitgesproken zou moeten worden. Ook “ic(k)” zal vaak met een schwa uitgesproken zijn, of eventueel met de korte open i-klank zoals die in het Afrikaans nog te horen is.