18

Een vreughdich liedt moet ick vermanen
Tot tslandts profijt, wiedt mach benyen,
Doornijck ghewonnen en Melanen,
De prinse ghedaen veur Pavyen
En is gheen ghelijck by nu ten tyen
Ter Spaenscher stede:
Keyser en Coninck wilden belyen
Paeys en vrede:
Vaste alliance en vriendtschap mede
Sloten zy goetwillich int vergaren:
Dees mare passeert alle ander maren.

Een blij lied zal ik laten klinken
tot winst van het land, wie er ook jaloers op moge zijn.
Doornik veroverd, en Milaan!
De buit die bij Pavia is binnengehaald,
heeft op dit moment zijn gelijke niet
in het Spaanse gebied.
Keizer en koning wilden
pais en vrede afkondigen;
een onverbrekelijk vriendschappelijk verbond
sloten zij welwillend tijdens hun ontmoeting.
Dit nieuws overtreft al het andere nieuws.

Bourgoignen gheeft hy als diedt jonne,
Cuarloys, Chynon die schoone sale,
Noyhiers, sinte Laurens, Danchonne:
Voort sal den Coninck wel ter tale,
Corts ondertrouwen van Portugale
Die Coninghinne:
Dies blijft dit aerdtsche dal al te male
TsKeysers ghewinne.
Tschoon Vlaender-landt, midts paeys en minne,
En zal gheen hommage meer beswaren:
Dees mare passeert alle ander maren.

Bourgogne schenkt hij als gunst
Charlois, de mooie vesting Chinon,
Noyers, Saint-Laurent en [het burggraafschap] Auxonne.
Verder zal de koning zich naar zijn belofte
binnenkort de koningin
van Portugal verloven.
Zo blijven al deze gebieden
onder het gezag van de keizer staan.
Dankzij de vrede en vriendschap zal de leenhulde
niet meer op het mooie Vlaanderland drukken.
Dit nieuws overtreft al het andere nieuws.

Voort renuncierdt hy buyten banden
Doornijcke en Tornesijtsche tsamen,
Graefschappen, Rijcken en veel landen
Die int contract al staen by namen,
D’hertogh van Gheldre, tsijnder onvramen,
Moet hy beswijcken:
Maer zal d’landt houden, naer d’wel betamen,
Om zijn verrijcken.
Ter doot zalt zelve ons Keyser strijcken,
T’verbadt dus den Coninck int verclaren:
Dees mare passeert alle ander maren.

Verder doet hij zonder voorbehoud afstand van
Doornik en de gebieden eromheen,
graafschappen, rijken en veel gebieden
die in het contract met name genoemd staan.
die hij de hertog van Gelre, tot zijn schade,
moet moet hij afvallen.
Maar die zal het gebied behouden, zoals het betaamt,
om het welvarend te doen zijn,
maar bij zijn dood zal het onze keizer toevallen.
Dit kondigde de koning af in zijn verklaring.
Dit nieuws overtreft al het andere nieuws.

Wertenborch en la Marche beede
Beswijckt den Coninck int tracteren:
Den Dolphijn troudt hier naer met eede
Marien jongh, weerdt om crooneren:
Bee tsConincs kinders, int concluderen,
Werden d’ostage.
Borbon en machmen niet refuseren
Sijn oud hommage.
Twalef galeyen int voyage
Sal ooc ter zee Franchois laten varen:
Dees mare passeert alle ander maren.

Van zowel Würtemberg als Van der Mark,
trekt de koning in de besprekingen zijn handen af.
Onder ede zweert de dauphin later te zullen trouwen
met de jonge Maria, die de kroon waard is.
Beide kinderen van de koning worden gijzelaars,
zo is de slotsom.
Aan Bourbon mogen zijn oude bezittingen
niet onthouden worden.
Twaalf galeien zal Fans mee laten varen
op de [Karels] reis [naar Rome].
Dit nieuws overtreft al het andere nieuws.

Prince, op ons welvaert gheen tijt sluerich
Almachtich Godt zydy beseven.
Houdt desen paeys voor ons gheduerich,
En laet de cruysvaert ons aencleven:
Verleent den Keyser een zalich leven
Als vry van rouwe:
Den Vranckschen Coninck ghesalft verheven
Bewaert oock nouwe.
Nu heb wy paeys in ons Landouwe,
Ick hope ghy ons voort noch zult bewaren:
Dees mare passeert alle ander maren.

Prins, nooit laks als het om ons welzijn gaat,
gij zijt gekend als de almachtige God.
Zorg voor een bestendige vrede
en laat ons de kruistocht [tegen de Turken] ondernemen.
Geef de keizer een zalig leven,
vrij van verdriet.
Behoed ook de gezalfde en verheven
koning van Frankrijk zorgvuldig.
Nu hebben wij vrede in ons land.
Ik hoop dat gij ons ook in de toekomst zult beschermen.
Dit nieuws overtreft al het andere nieuws.


Spelling volgens Manilius 1574. Interpunctie volgens Van Waesberghe 1616, maar in versregel 4/8 staat bij Manilius “hommaghe”; hier Van Waesberghe gevolgd omdat bij Castelein rijmwoorden verder altijd met een gelijke spelling eindigen.


Vertaling: Nico van der Meel, Frank Willaert (Universiteit Antwerpen), Dieuwke van der Poel (Universiteit Utrecht).

Tekst:
.4a (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
.4b (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
.4a (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
.4b (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ , 1×: .3b (8): ‿ __ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿
4b (10): __ ‿ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ , 1×: .4b (10): ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ , 1×: .4b (10): ‿ __ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿
.2c (5): ‿ __ ‿ __ ‿
4b (10): __ ‿ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿ , 1×: .4b (10): ‿ __ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿
.2c (5): ‿ __ ‿ __ ‿ , 1×: 2c (4): __ ‿ __ ‿ ‿ __ ‿ __ ‿
.4c (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
5d(10): __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿
.4d (9): ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿ __ ‿

5 strofen van 11 versregels, waarvan 1 stockregel.
Om de tekst op de melodie te passen moet “prinse” in versregel 1/4 en “mare” in de stockregel als één lettergreep gezongen worden. De betoning in versregel 5 en 7 wijkt meestal af van die in lied 13. Strofe 1 wijkt het meest af van de vorm.
Unieke liedvorm volgens de Nederlandse Liederenbank, maar de melodie is ook gebruikt voor lied 13 Helas, helas, ic mach wel duchten.

Iansen: rijmschema 66 abab/bcbc/cdd, refrein van 10-en, twee halfregels, 4 strofen + prince.
Dit rijmschema komt niet voor in de voorbeeldgedichten uit de Const van Rhetorijcken.

Annotaties bij Van de Graft en Goossens, waarop De Vooys commentaar heeft geleverd. In de veronderstelling dat “de prinse ghedaen” slaat op de gevangenneming van koning Frans I, melden ze alle drie dat “ghedaen” in versregel 1/4 waarschijnlijk een zetfout is voor “ghevaen”. Maar Castelein spelt overal “prince” met een c wanneer het om een prins gaat; bovendien past het niet bij hem om een koning slechts met prins aan te duiden. Frank Willaert merkte snedig op dat “prinse” hier niet een variant van het woord “prince” is, maar van “prise”, wat zoiets betekent als het buitmaken van iets.

Claeys wijst op inhoudelijke dwarsverbanden met voorbeeldgedichten uit de Const van Rhetorijcken:

  • Versregel 1/7,8 met “Ons edel Keyser Carolus die als leeu triumpheerd / Ende den vranschen Cuenijngh zyn veraccoordeerd” (Cauweel blz. 71, Manilius blz. 71),
  • Versregel 1/9.10 met “Hier was minne vriendschap ende accoerd, / Zy embrachierden elck anderen dicwild vaste” (Cauweel blz. 92, Manilius blz. 90) en met “Daer tooghden zy elc anderen by naturen laste / Dusentigh caud vriendschap ender minne” (Cauweel blz. 92, Manilius blz. 90).
  • De stockregel x/11 met “Want hier es goede nieumare int land” (Cauweel blz. 91, Manilius blz. 89)
  • Versregel 5/3 met “Wy bidden wild ons desen paeis gedurich hauwen” (Cauweel blz. 75, Manilius blz. 74).

Melodie:
Mixolydisch, sleutel G2, ₵
A1 (2 regels) A2 (2) B1 (2) B2 (2) C (2) R(1)

  • A1/2: g’→g’, ambitus g’-d”, lengte 14
  • B1/2: d”→d”, ambitus b’-f”, lengte 12
  • C: d”→g’, ambitus g’-e”, lengte 11,5
  • R: g’→g’, ambitus e’-b’, lengte 8,5


Zonder notenschrift, maar met de wijsaanduiding “op den voys van Helas/helas”, verwijzend naar lied 13.

Barvorm met zeer lang Abgesang zonder melodische verwantschap met de Stollen. Eigenlijk heeft het Abgesang ook weer een barvorm. Of zouden we moeten zeggen dat hier sprake is van een dubbel Aufgesang?
Vanwege tekstplaatsing heb ik de semibrevis (hele noot) d” in maat 30 gesplitst in een minima punt (halve noot punt) en een semiminima (kwart noot).

Op sommige plekken in strofe 1 was het voor de betoning nodig een ritmische verschuiving te maken.

Moderne uitgaven:

  • Paul Fredericq: Onze historische volksliederen van vóór de godsdienstige beroerten de 16de eeuw, 1894, nr. 56, blz. 65,66.
    Fredericq geeft alleen de eerste strofe. Hij zegt dat de moderne notatie afkomstig is van Florimond van Duyse, maar in “Het Oude Nederlansche Lied” is dit lied niet te vinden. Vooral de ritmes doen in deze variant soms vreemd aan.
  • Cornelia Catharina van de Graft: Middelnederlandsche historieliederen, 1904, nr. 24, blz. 145.
    Zonder muzieknoten, maar met annotatie en een uitgebreide historische toelichting.

Historische Context:
De Vrede van Madrid tussen keizer Karel V en koning Frans I van Frankrijk, gesloten op 14 januari 1526. Cornelia Catharina van de Graft schrijft hierover:

Na lange onderhandelingen scheen Frans I in December 1525 besloten door bewilliging in de door Karel gestelde eischen een eind aan zijn gevangenschap te maken. Beide partijen benoemden opnieuw gevolmachtigden. Wat het landbezit
betreft, gaf Frans machtiging tot afstand van Milaan, Napels, Genua, Doornik, Tournaisis, Mortagne, St.-Amand, terwijl hij afzag van alle rechten op Vlaanderen en Atrecht. Ook beloofde hij het hertogdom Bourgondië te zullen teruggeven met de daaronder behoorende heerlijkheden van Noyer en Chateau-Chinon, het burggraafschap van Auxonne en het gebied van St.-Laurent. […]
De afstand van landbezit was alleen mogelijk, als Frans na zijn bevrijding zijn onderdanen tot toestemming kon bewegen. Karel wilde Frans nu op drie wijzen tot nakoming binden: als vader, als vorst en als edelman: Frans moest zijn twee zoons als gijzelaars afstaan, een eed zweren en zijne handteekening zetten, en bovendien zijn ridderwoord verpanden. Den 14den Januari teekende Frans het verdrag, doch daags te voren had hij in tegenwoordigheid van zes Fransche edelen verklaard, dat hij alleen door dwang toegaf en niet voornemens was zich eraan te houden, zooals de uitkomst bewezen heeft.